Over Rob Baan

Liefde voor de natuur is een les. Door het goede voorbeeld te geven, geven we deze les door aan de volgende generatie.

Wie is Rob?

Rob is een gepassioneerde en soms eigenwijze man, eigenschappen die nodig zijn om zijn droom na te jagen om van Nederland het gezondste land ter wereld te maken. Rob groeide op in Haarlem en verhuisde op latere leeftijd naar Enkhuizen, wat bekend staat als een van de belangrijkste havensteden in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de 17e eeuw. De inspanningen van de VOC hebben Nederland op de kaart gezet als internationale handelaar in onder meer kruiden en specerijen. Deze Noord-Hollandse roots geven een sterke invulling aan Rob's leven. Hij is een echte 'planthunter' en reist al sinds jongs af aan over de wereld op zoek naar de meest verassende en waanzinnige planten. 

Rob leerde al jong van zijn vader om van de natuur te houden. Tijdens zijn carrière heeft Rob de kans gehad om in veel landen over de hele wereld te werken. Alle kennis die hij tijdens zijn reizen over groenten en menselijke gezondheid heeft opgedaan, moedigde hem aan om in 2002 een kas over te nemen van een radijskweker en te gaan voorzien in de behoeften van de gastronomie. Dit was Rob’s manier om onze kijk op eten te veranderen: door de topgastronomie, en iedereen die wil luisteren, te inspireren over groenten en ze te leren hoe we ons meest gezondste leven kunnen leiden. 

Zo vader..., Zo zoon

Als kleine jongen werd Rob door zijn vader vaak meegenomen op wandelingen door het bos of de duinen. Daar leerde hij welke planten eetbaar waren en schoot hij konijntjes. Op deze manier had zijn vader namelijk de oorlog overleefd en zijn levenskennis werd zodanig weer doorgegeven aan de volgende generatie.

Zo leerde Rob om de natuur als vriend te zien en begon hij te houden van planten. Op het moment dat hij wilde studeren, ging zijn keuze in eerste instantie uit naar biologie, maar dat was niet zo hands-on als dat hij had gehoopt. Vandaar dat hij zijn keuze veranderde en besloot om naar de Hoge Landbouwschool te gaan.

Toen Rob tijdens zijn studie stage mocht lopen bij het zaadbedrijf Sluis & Groot viel alle kennis die hij had opgebouwd op zijn plek. Hij was geïntrigeerd door wat zijn collega’s van een gewas konden aflezen en wat hem nog het meeste boeide was het herkennen van ziektes in planten. Het fascineerde hem hoeveel variabelen invloed hebben op de gezondheid van een plant, zoals de wortels, het blad, de grond, de plek en de omstandigheden. Het detecteren van ziekten was een vak dat alleen kon worden opgepakt door een ervaren team van professoren, wetenschappers, boeren en tuinders. 

Meer rucola..., Meer mannen?

Rob’s carrière in de zaadindustrie vervolgde zich na zijn studie. En langzaam kwam daar het moment dat hij begon te beseffen hoe gezond groenten zijn voor mensen. En toch leek niemand in de zaadindustrie bezig te zijn met het onderzoek van inhoudsstoffen in planten. Ze gebruikten wel inhoudsstoffen om ziekten in planten te voorkomen of genezen, maar de mens was de ontbrekende factor.

Tijdens zijn werkbezoeken in landen over de hele wereld werd hij pas echt bekeerd. “Zodra ik West-Europa uitging en naar bijvoorbeeld Turkije en Griekenland reisde, begonnen mensen me uit te leggen waarom ik tomaten, kool en andere groenten moest eten. In Arabische landen zeiden ze zelfs dat rucola de kans op mannelijke erfgenamen vergrootte.” We vroegen Rob lachend of hij veel rucola heeft gegeten, omdat hij heeft zelf drie zoons en een dochter heeft. “Zeker weten!” Zegt hij. “In dit voorbeeld hebben we het over rucola, maar er zijn heel veel producten met zulke verhalen. Dat heeft me enorm gefascineerd en doet het nog steeds. Het is verbazingwekkend dat niemand daar iets mee doet. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien en bij Koppert Cress kunnen we het ook.” 

Dushi Button
Dushi Button

Liever kiemplantjes, President kan je altijd nog worden

Inspiratie voor deze kennis haalt Rob uit landen over de hele wereld, maar Zuid-Korea is toch wel speciaal voor hem geweest. Ergens tijdens zijn carrière had hij een Koreaanse coach die enorm veel wist van planten. “Mijn coach vertelde me dat er na de Koreaanse oorlog geen boom meer overeind stond. Daarom eten ze in Korea ook voornamelijk met stalen stokjes in plaats van houten. Maar goed, die mensen daar hebben de oorlog overleefd door het eten van zogenaamde ‘mountain vegetables’. Groenten die ze in de natuur konden vinden en waar ze dan bijvoorbeeld Kimchi van maakten. Dat is echt de gezondheid van Korea geweest. Toen ik terugkwam in Nederland hadden we het alleen maar over komkommers, tomaten, rode kool, bonen en misschien nog een paar producten. Eigenlijk was het bizar hoe weinig ruimte we hadden voor gekke dingen. Tegenwoordig kun je bij de Surinaamse, Turkse en Aziatische supermarkten groenten halen die we toen niet kenden, zoals Paksoi bijvoorbeeld, maar nog steeds; als je speciale producten wilt hebben, moet je toch zelf gaan plukken.” 

Op een gegeven moment had Rob een keuze; president worden van een Aziatisch zaadbedrijf of kiemplantjes telen bij Gerrit Koppert in Monster. De keuze om de kas in te duiken met Gerrit was voor hem een logische keuze. “Ik zag de kans om mijn dromen waar te maken. Er was geen bedrijf in de wereld dat zo gek was als Gerrit Koppert. Er was toen nog niemand die zijn bedrijf volledig richtte op horeca en bijzondere plantjes. Nu wel, daarom kijken veel bedrijven naar ons en is de microgroenten beweging in de wereld verder ontwikkeld, maar toen was dat zeker nog niet het geval.” 

BlinQ Blossom
BlinQ Blossom